Ik dacht steeds: morgen stop ik. Maar morgen kwam nooit.
Lotte begon met vapen: “gewoon een keer proberen.” Op een feestje, met vriendinnen.
“Ik was vooral benieuwd. Iedereen deed het en ik dacht: wat gebeurt er eigenlijk als je het doet? De eerste keer moest ik vooral hoesten. Maar daarna… voelde het eigenlijk wel fijn. En dat is precies waar het misgaat.”
Wat begon als iets voor in het weekend, werd al snel meer. Binnen een paar weken had ze haar eigen vape.
“Eerst alleen af en toe. Ik verstopte hem en gebruikte hem alleen als niemand het zag. Maar op een gegeven moment had je hem gewoon steeds vaker nodig. Ook doordeweeks… en dan gaat het mis.”
“Vanaf het moment dat ik wakker werd”
Na een tijdje draaide haar dag eromheen.
“Vanaf het moment dat ik wakker werd tot ik ging slapen… was ik met vapen bezig. Ik moest altijd zo snel mogelijk naar buiten in de pauze.”
Ze merkte het niet alleen in haar gedrag, maar ook fysiek en mentaal.
“Ik kon me niet concentreren omdat ik moest vapen. Het is net als honger: je kunt nergens anders meer aan denken.”
“Ik dacht dat ik niet verslaafd was”
Ondertussen bleef ze tegen zichzelf zeggen dat het wel meeviel.
“Als mijn vape op was, zei ik altijd: nu stop ik echt. Maar dan had ik weer stress op school of stage… en dan haalde ik er toch weer één. Ik dacht lang dat ik niet verslaafd was, maar als ik erop terugkijk: dat was ik al heel snel.”
Ook thuis werd het steeds ingewikkelder.
“Ik moest het verstoppen. In mijn tas, in mijn kamer, overal. Ik was er de hele tijd mee bezig dat mijn ouders er niet achter kwamen. Je zit je eigen kamer te bewaken… dat klinkt zo gek, maar het is wel zo.”
Het moment dat het anders moest
Het besef kwam niet in één keer, maar groeide langzaam.
“Ik merkte dat ik er zóveel geld aan uitgaf. Echt bizar veel. Mijn conditie was echt slecht. Ik was snel benauwd. Als ik er nu op terugkijk, was het echt niet best.”
Voor het eerst gaf ze eerlijk toe dat stoppen haar niet lukte.
“Ik heb denk ik wel 30 keer geprobeerd te stoppen. Meestal hield ik het één of twee dagen vol. Ik zei elke keer: nu stop ik echt… en dan begon ik weer. En toen ging er gewoon een knop om: nu is het klaar.”
Je hoeft het niet alleen te doen
Wat voor Lotte het verschil maakte, was dat ze er niet meer alleen doorheen hoefde.
“Ik dacht eerst over de begeleiding: dat hoeft toch allemaal niet. Gewoon dat eigenwijze van: het lukt me wel zelf. Maar toen dacht ik: waarom zou het nu wel zelf lukken, als het me 30 keer niet gelukt is om te stoppen? Ik had een externe factor nodig.”
“Mijn leven is gewoon stabieler geworden”
Nu, een paar maanden later, voelt het anders dan daarvoor.
“Ik ben niet meer de hele dag bezig met vapen. Ik zit weer gewoon beneden in plaats van alleen op mijn kamer. Mijn conditie gaat weer vooruit. Mijn leven is gewoon stabieler geworden.”
Als ze terugkijkt, ziet ze pas echt hoe groot de impact was.
“Je denkt dat het wel meevalt, maar je hele dag draait er op een gegeven moment om. Dat zie je pas achteraf.”
Wat ze anderen wil meegeven?
“Je hoeft het niet alleen te kunnen. Ik kon het zelf niet, dus ik dacht: ik ga het gewoon proberen met hulp. Dat heeft voor mij echt gewerkt.”